Spring naar inhoud

Cornelis Hermannus Rijnvis

Print Friendly, PDF & Email

 

Cornelis Hermannus Rijnvis werd geboren op 27 januari 1899 in Hoogeveen en trouwde op 12 juli 1922 met Aaltje Post.

 

Cornelis Hermannus en Aaltje kregen 7 kinderen:

  1. Dirk Johannes, geboren op 7 mei 1923 in Hoogeveen en overleden op 4 november 1996 in Hoogeveen
  2. Jacob Rijnvis, geboren op 12 maart 1925 in Hoogeveen en overleden op 5 januari 2010 in Busselton Australië
  3. Cornelis Hermannus, geboren op 1928 in Hoogeveen en overleden op 4 januari 2018 in Dedemsvaart
  4. Aaltje Rijnvis, geboren op 19 november 1928 in Hoogeveen en overleden op 11 december 1936 in Hoogeveen
  5. Annichje Rijnvis, geboren op 1 november 1931 in Hoogeveen en overleden op 7 september 2014 in Albany Australië
  6. Marchien Rijnvis, geboren op 12 mei 1934 in Hoogeveen
  7. Aaltje Rijnvis, geboren op 23 april 1938 in Hoogeveen en overleden op 22 januari 2015 in Albany Australië

 

Vanaf 1921 volgende Cornelis Hermannus een elektrotechniek opleiding als scheepsbouwer op de avondschool in Hoogeveen

 

 

In 1922 begon hij vanuit de Kerkstraat 67 te Hoogeveen een transportbedrijf met een bodedienst tussen Hoogeveen en Groningen. Elke dinsdag en vrijdag reed hij met een Hans Lloyd naar Groningen en terug naar Hoogeveen.

 

Advertentie Hoogeveensche courant van 9 oktober 1926

 

In 1923 kocht hij een nieuwe T-Ford (kenteken D-2812) en kwam zijn zwager Roelof Post bij hem in het bedrijf. Roelof Post was eigenlijk schipper en daarom werd besloten om een motorschip te kopen en ging het zware goed per beurtschip. Met het beurtschip kon één keer per week een reis gemaakt worden maar het duurde te lang voordat de goederen bij de klanten kwamen. Er werd nog een T-Ford aangeschaft waarop een knecht ging rijden. In 1928 werden twee nieuwe vrachtwagens aangeschaft; een A-Ford en een Chevrolet.

Hansa Lloyd uit 1915

 

 

 T-Ford uit 1923

 

A-Ford uit 1928

 

Chevrolet uit 1928

 

In mei 1929 verhuisde het transportbedrijf met inmiddels twee voor die tijd grote vrachtauto’s naar de van Echtenstraat 43 in Hoogeveen.

 

Cornelis H. met zijn zoon Cornelis H. omstreeks 1930

 

Na 1934 werden de Chevrolet en A-Ford ingeruild bij garage Huizing voor twee zes cilinder Chevrolet met hydraulische remmen. In 1938 stopt Roelof Post met zijn beurtschipdienst omdat de vrachtwagens vijf ton konden meenemen per rit en de volgende dag op de plaats van bestemming waren. Door de oorlog werden beide vrachtwagens van Cornelis Hermannus Rijnvis door het Nederlandse leger gevorderd.

 

Na het overlijden van zijn vader zijn vader Dirk Johannes Rijnvis in 1940 nam Cornelis Hermannus Rijnvis de scheepswerf aan de Alteveerstraat (Slood) over en werden er voornamelijk schepen verlengd.

 

In 1945 kocht Cornelis Hermannus twee legerauto’s; een CMG en een Chevrolet. Met beide legerauto’s kwam er weer een vrachtwagendienst tussen Hoogeveen en Groningen op gang.

 

 

Zoon Cornelis Hermannus Rijnvis (links) voor de CMG en daarnaast de Chevrolet

 

In 1948 werd het transportbedrijf verkocht aan Klaas Hartman en Zonen. Met de opbrengst van het transportbedrijf werd een machinefabriek bij de scheepswerf aan de Alteveerstraat gestart waar o.a. produktiegereedschap werd gemaakt voor Hart Nibbrig & Greeve voor de produktie van bromfietsmotoren.

 

 

 

 

In 1952 emigreerden Cornelis Hermannus Rijnvis en zijn vrouw Aaltje Post met hun 3 dochters naar Australie.

 

 

 

Op 9 mei 1952 vertrokken ze vanuit Amsterdam naar Fremantle met m.s. Joh. Van Oldenbarneveldt.

Hun oudste zoon Jacob Rijnvis was al in 1950 naar Australie vertrokken. Hij had in Albany, West-Australie een stuk grond gekocht en toestemming gekregen om een werkplaats te bouwen.

 

Naast gereedschappen, machines en huishoudelijke goederen werd er een houten prefab huis verscheept naar Australië.

 

Eerste woonhuis in Albany Australië

 

 

In Australië begon Cornelis Hermannus Rijnvis met zijn zoon Jacob een staalconstructiebedrijf met de naam Melville Engineering Company in Albany.

 

Om klanten te werven stuurden ze een brief naar bedrijven waarin een gratis inspectie van machines in gebruik voor het maken van staalconstructies en daardoor het onderhoud te kunnen doen.

 

 

Vanaf 1965 nam stopte de samenwerking tussen Jacob en Cornelis Hermannus en ging Jacob alleen door met Melville Engineering Company.
Cornelis Hermannus ging als hobby houten en koperen miniaturen maken die hij verkocht voor de christelijke kerken in o.a. Rusland en Roemenie.

Cornelis Hermannus in zijn werkplaats in 1967